‘Dodelijk saai als het allemaal mooie mensen zijn’

In gesprek met Erwin Olaf in zijn atelier in de Amsterdamse Pijp
 

Voor de opdracht van de Universiteit Leiden en Museum De Lakenhal moest Erwin Olaf zijn eigen studio in de Amsterdamse Rivierenbuurt uit, de plek waar hij alles onder controle heeft en waar hij de afgelopen decennia zijn beroemde series heeft geschoten. Hoe waarheidsgetrouw Olafs interieurs ook lijken – hotelkamers, jaren vijftig interieurs, schoolklassen etc. – steeds zijn ze volledig aan de fantasie van de fotograaf ontsproten. ‘Hier in mijn eigen studio kan ik mijn eigen droomwereld creëren’, legt de fotograaf uit, ‘met precies het juiste licht en standpunt dat ik wil hebben. In het echt zijn de plafonds meestal te laag, staan er muurtjes die je niet wil hebben en stopcontacten die je niet wil zien.’

 

'Ik ben heel nu heel enthousiast geworden over werken op locatie. Misschien levert dit een nieuwe ontwikkeling op.’

Was het dan niet vreemd om voor deze opdracht op locatie in de Pieterskerk in Leiden te fotograferen? ‘Zeker, ik had nog nooit in een kerk gewerkt. Maar het licht was op zichzelf al fantastisch en toen we het interieur ook nog in een lichte rook hadden gezet, leverde dat gelijk een schilderachtig en heiig effect op. Het bleek dat alle zwarten op die manier verdwenen. Er kwam een schitterende vergrauwing en verschraling in. Ik ben heel nu heel enthousiast geworden over werken op locatie. Misschien levert dit een nieuwe ontwikkeling op.’ Nog niet eerder werkte Olaf ook met zoveel mensen op een set. ‘Vóór deze opdracht had ik maximaal zeven mensen per sessie gefotografeerd. Dat was voor een opdracht van het De la Mar Theater. Voor Leidens ontzet moesten er 36 mensen op één foto. Voor de mensen van de kleding en make-up en ook voor mezelf zou het niet mogelijk zijn geweest het in één dag te doen. Het werden er drie.’

'De pest werd beschouwd als een straf van God voor de zonden van het volk.'