naco.jpeg
cover_UCVU84XMQ.png

Terug van weggeweest bij Amsterdam Centraal

Eerherstel van een ooit zo'n populair opstapplekje

 

Zeventien jaar was het verdwenen uit het stadsbeeld. Nu is het terug, achter Amsterdam Centraal, direct aan het IJ en een steenworp afstand van waar het ooit stond. Het huisje waar decennialang passagiers kaartjes kochten om aan boord te gaan van een van de forensenboten wordt nu een informatieplek over de culturele instellingen in het Oostelijk deel van Amsterdam zoals Het Scheepvaartmuseum, NEMO, Amsterdam aan de Amstel, Artis en de Hortus en waar kaartjes worden verkocht voor de cultuurferry die volgend jaar deze instellingen over het water moet gaan verbinden.

 

Tekst: Koos de Wilt

 

Niets herinnert nog aan de bijna veertig beurtvaartdiensten met passagiers en lading die hun steigers hadden achter Amsterdam Centraal. Het was een plek waar het altijd krioelde van de mensen en waar vijftien steigers enkele tientallen meters vanaf de De Ruijterkade het IJ in staken. Duizenden mensen per dag, waaronder een keer Winston Churchill, kwamen op deze plek aan wal of vertrokken naar andere plekken in het land. Inmiddels is het hier compleet veranderd, maar het is nog steeds druk en wandelaars, fietsers, automobilisten buitelen over elkaar heen nabij de treinen. Maar nu is er ook iets teruggekomen, een steigerhuisje dat achttien jaar geleden nog aan de andere kant van het station stond. In 2004 was het Rijksmonument daar weggesleept vanaf steiger 7 op weg naar Zaandam. In plaats daarvan werd daar, aan de zuidelijke IJoever, gewerkt aan de uitbreiding van het Amsterdam Centraal Station, aan de Noord/Zuidlijn, het busstation en de ondergrondse fietsenstalling. Er was geen plek meer voor het NACO-huisje en dat werd dus maar overgevaren naar een werf in de Isaac Baarthaven in Zaandam. Maar vorig jaar voer het via het IJ weer terug naar Amsterdam. Een spektakel dat de nationale pers haalde, een compleet huisje werd aan staalkabels over het IJ naar huis gevaren. Nu ligt aan de De Ruijterkade, naast een nieuw gebouwde pontfuik voor de veerdienst naar het IJplein in Amsterdam-Noord. En weer is het een plek waar mensen van hot naar her op weg zijn. Het huisje is een oase van rust op een zogenaamd shared space, een plek waar fietsers en wandelaars, tienduizenden bezoekers per dag, zonder verkeersborden en stoplichten, kriskras door elkaar hun weg weten te vinden naar de stad. Een rustpunt is het geworden, een reliek uit het verleden, het houten gebouwtje van zo’n 140 vierkante meter, op betonnen palen dat weer een vergelijkbare functie heeft gekregen die het decennialang had in de stad.

 

Het was een plek waar het altijd krioelde van de mensen en waar vijftien steigers enkele tientallen meters vanaf de De Ruijterkade het IJ in staken. Duizenden mensen per dag, waaronder een keer Winston Churchill, kwamen op deze plek aan wal of vertrokken naar andere plekken in het land.

Amsterdamse School

De architect Guillaume la Croix (1877-1923) had het huisje in 1919 ontworpen in de stijl van de Amsterdamse School, de bouwstijl die bekend is van de beroemde architect Michel de Klerk, de architect van onder andere de woonwijk en Het Schip in de Spaarndammerbuurt in Amsterdam. La Croix zelf was geboren in een door en door Amsterdams gezin in de Nieuwmarktbuurt. Zijn vader was timmerman en later opzichter van de gemeente. Zoonlief was bevriend met De Klerk en werd onder andere de architect van het gebouw aan de Cornelis Schuytstraat in Amsterdam-Zuid, een complex waarin lange tijd het Scheepvaartmuseum was gevestigd tot het in 1973 verhuisde naar het oude Zeemagazijn bij Kattenburg, de plek waar het museum zich nu bevindt. ‘Het huisje dat La Croix aan de voorzijde van het station bouwde, was bedoeld als kantoor van J.G. Koppe’s Scheepsagentuur N.V., later Reederij Koppe, een Nederlandse rederij die tussen 1909 en 1972 voornamelijk actief was in de binnenvaart. Vanaf de steiger waarop het huisje stond, konden passagiers kaartjes kopen om aan boord te gaan van forensenboten naar onder meer Lemmer, Kampen, Zwolle en Marken. Na 1963 werd nog maar een paar jaar gevaren voor toeristen, tot de Noordhollandsche Auto Car Onderneming (NACO) de diensten overnam – vandaar de huidige naam van het huisje. De laatste gebruiker van het huisje was tot 2004 Noord-Zuid-Hollandse Vervoer-Maatschappij (NZH VM), het latere Connexxion. Voor het ontwerp van het NACO-huisje zou La Croix zijn geïnspireerd door Finse blokhutten, door huizen op Marken en ook door de voorgevels van de oudere, voorover hellende huizen in Amsterdam. Ook haalde hij zijn inspiratie uit het voormalige Nederlands-Indië. Het Minangkabause Huis, zoals het NACO-huisje oorspronkelijk heette, verwees naar de bouwstijl van de Minangkabauers, een etnische groep op toenmalige Nederlands-Indische Sumatra, wier huizen op palen staan. De puntige daken van de traditionele huizen symboliseerden de opkrullende hoorns van de karbouw, de inlandse waterbuffel. Wat opvalt aan het NACO-huisje is de onregelmatige indeling van de raampartijen in de zij- en voorgevel, de diagonale dakgevel en de bouwhoeken met zaagtandmotieven en de houten buffelhoorns op de voorgevel. De door sierlijke kraagstenen gedragen risaliet valt architectuurliefhebbers ook op. Deze vooruitspringende gedeeltes van een gevel werden soms aangebracht ter versteviging van een gebouw, zoals ook bij ‘s Lands Zeemagazijn, het gebouw van Het Scheepvaartmuseum. Hier bij het NACO-huisje is het meer voor de sier geplaatst.

 

Crowdfundingsactie

Met de komst van modernere vervoersmiddelen dan beurtvaartdiensten, verdween ook de functie van het NACO-huisje en kwamen er wat nieuwe plannen om het huisje een nieuwe functie te geven in de stad. Zo zou er om het huisje heen een enorme glazen stolp komen met daarbinnen de grootste brasserie van de stad. Het mocht niet zo zijn, aangezien ondernemer Frits Fentener van Vlissingen kwam te overlijden waardoor dat idee niet werd uitgevoerd. Woningbouwer Ymere nam het huisje even voor de woningcrisis over en daar bleef het een tijd onduidelijk wat er nu mee moest. Tot in 2016 Stadsherstel Amsterdam een crowdfundingsactie startte om het pand te kopen en op te knappen. Toen Stadsherstel werd benaderd door de voormalig wethouder van de gemeente Amsterdam Hans Gerson of de vereniging zich wilde inspannen om dit zeer zeldzame huisje te herplaatsen kwam Stadsherstel in actie. ‘Vooral met bijdragen van de Vrienden van Stadsherstel is het gelukt’, zegt Gijs Hoen, senior projectleider van Stadherstel. ‘In totaal brachten we zo’n € 100.000 bij