top of page
IMG_0796.JPG
IMG_0808_edited_edited.png

'Een paar jaar geleden kwam er een meisje auditie doen en die zei me dat ze de hartelijke groeten moest doen van haar moeder, het meisje op de boot van dertig jaar terug.' 

​RUUT WEISSMAN (1955, Amsterdam)

Theaterregisseur, voormalig artistiek directeur van de Kleinkunstacademie in Amsterdam. Op dit moment zit Weissman in de artistieke staf van DeLaMar Producties. Als artistiek leider muziektheater ontwikkelt en regisseert hij er musicals en ander muziektheater.

De musicals die het leven en werk bepaalden van Theaterregisseur Ruut Weissman

 

Muziek als emotioneel reservoir - Anatevka

Ik zat in een jongenskoor bij mevrouw Greet Rijshouder van de Bilderdijkstraat in Amsterdam. Met twaalf jongetjes op vrijdagavond zingen bij haar thuis. Jongetjes van tien die hun schoenen moesten uitdoen en hun nageltjes netjes hadden geknipt en hun haartjes keurig hadden gekamd. Wij zongen Cantate BMW 147 van Bach met mevrouw Rijshouder op de piano. Op een dag werden we uitgenodigd om dat lied tijdens een bruiloft te zingen in de Engelse Kerk op het Begijnenhof. Ik had nog nooit van mijn leven een kerkorgel gehoord, maar toen ik daar de eerste klanken hoorde, moest ik meteen huilen, nog voordat ik begon te zingen. Dat betekende iets, er was iets in mij dat openbrak. Marcel Proust schreef eens dat hij moest huilen als zijn moeder hem iets voorlas. Dat had ik als mijn moeder iets voor mij zong. Proust vergeleek dat met een berg. Je ziet de contouren van de berg, maar het leven zit eronder. Daar zit het emotioneel reservoir en zo is er bij mij een musisch reservoir. Dat is niet iets anekdotisch, maar dat heeft te maken met alles wat je meemaakt, alles wat je ruikt, alle vreugde en alle verdriet dat in een grote pot zit en dat er ineens uitkomt. In de verhaallijn of choreografie wil ik me nog weleens laten adviseren, maar muzikaal weet ik altijd precies hoe het moet en waar je moet inzetten. Dit emotioneel reservoir werd door de orgelmuziek van Bach aangeboord. De diepte van de klank van een orgel gaat dwars door je sodemieter en met de stem erbij, als het membraam van de ziel, spuit het eruit.

 

Marcel Proust schreef eens dat hij moest huilen als zijn moeder hem iets voorlas. Dat had ik als mijn moeder iets voor mij zong.

 

Dat gevoel heb je niet alleen met klassieke muziek. Toen ik twaalf was, kwam het nummer Penny Lane uit van The Beatles, dat is nu bijna vijftig jaar geleden. Lennon had Strawberry Fields geschreven en daar reageerde McCartney jaloers op met Penny Lane. In dat nummer zit een onwaarschijnlijke baspartij. Ik hield nog helemaal niet van The Beatles, maar door dat basloopje ging mijn wereld open. Dat is wat muziek met je kan doen. Ik weet nog dat we het tijdens een feestje op zolder opzetten, dat het er naar bananen rook en dat ik schuifelde met Annet den Herder. Ik denk dat we dat nummer wel tachtig keer hebben gedraaid.

 

Nog weer iets later, ik was toen een jaar of zestien, ben ik voor het eerst met mijn ouders naar een musical gegaan, naar Anatevka. Het is het verhaal van een Joodse melkboer in een klein Russisch dorpje die, zoals alle andere Joden in het dorp, wil vasthouden aan de traditie. Ik was totaal betoverd en heb het wel twaalf keer gezien. Het was de combinatie van het Joodse verhaal, dat natuurlijk mijn verhaal is, in combinatie met wat muziek met je kan doen. Lex Goudsmit speelde de rol van Tevye en had de eerste zin: ‘Een speelman op het dak’. Fiddler on the Roof, een verhaal geïnspireerd op het beroemde schilderij van Marc Chagall. Die ervaring van mijn eerste musicalervaring vergeet ik nooit meer. Er zaten liedjes in als Op al wat leeft, L’Chaim, Hou Jij Van Mij? en Als ik toch eens rijk was. De show ging op tour en ik reisde er gewoon achteraan en samen met mijn boezemvriend Matthijs Rümke, de vorig jaar overleden theatermaker, glipte ik in Scheveningen keer op keer het Circustheater in. Daar ging mijn musicalgevoel aan.

 

De voltage en stilering - Chorus Line

De oom van mijn vriend Matthijs Rümke was beroemd concertpianist en aan hem vroeg ik ooit of ik een kans maakte om concertpianist te worden. Hij liet me toen een proef doen met onder andere twee fuga’s van Bach die ik in twee weken uit mijn hoofd moest leren. En dat lukte me niet. Ik kon wel mooi piano spelen, maar ik had het mathematische geheugen niet dat je nodig hebt om concertpianist te worden. Als je veel moet optreden met nieuwe stukken, heb je dat nodig. Bach lijkt heel makkelijk, maar is heel moeilijk om dat uit je hoofd te leren, het is heel mathematisch en heel gecompliceerd. Ik ben toen niet naar het conservatorium gegaan, maar deed de theater- en muziekopleiding en ben daarna als pianist begonnen bij Frans Halsema.

 

Ik kon wel mooi piano spelen, maar ik had het mathematische geheugen niet dat je nodig hebt om concertpianist te worden.

Ik was pianist/componist in het programma Ik, ik en nog ‘r eens ik, ik was 21 en ik verdiende voor het eerst van mijn leven geld en daarmee ben ik naar Londen gegaan en zag daar de musical Chorus Line. Een groep dansers die auditie komt doen voor een rol in een zogenaamde Chorus Line. Het publiek krijgt een kijkje in hun persoonlijke leven en ziel en ziet dat aan het eind van de show elk personage onderdeel is geworden van een groot geheel, een groep dat als één opkomt in een goudkleurig kostuum. Die opening met die de line up, de stilering, het voltage van de muziek en de dans. Five, six, seven, eight…! Die musical vond ik zo sexy en zo goed dat ik dacht dat ik aan alle kanten van mijn lichaam klaarkwam. Als ik auditie leid, voel ik me altijd een beetje Michael Douglas die de rol speelde als de regisseur Zach in de film Chorus Line. Ik voel dan de dynamiek bij mezelf en bij de auditoren. De spanning van dat het nu en hier moet gebeuren en dat ik daar over ga.

 

In Londen ging ik elke dag naar Chorus Line toe en al mijn geld ging eraan op. Ik weet nog dat ik uiteindelijk terug wilde gaan met de veerboot in Harwich en dat ik helemaal geen geld meer had. Ik heb toen een meisje honderd gulden geleend en uiteindelijk, na een paar keer tegenpruttelen, heeft ze me dat geld gegeven. Het was een beetje tuttig, gereformeerd meisje, maar er was wel een spanning die ik me nog goed herinner. Toen ik thuis kwam, heb ik haar direct het geld teruggestort en heb daarna nog heel vaak aan haar gedacht. Een paar jaar geleden kwam er een meisje auditie doen en die zei me dat ze de hartelijke groeten moest doen van haar moeder, het meisje op de boot van dertig jaar terug. Die vrouw is gewoon getrouwd, maar heeft mij haar hele leven gevolgd en is altijd een beetje verliefd op mij geweest.

 

Liedjes die op zichzelf staan - The West Side Story

Tegenwoordig zijn de grote successen zogenaamde jukeboxmusicals. Ik vind dat heel jammer. Zelfs in de Soldaat van Oranje zit geen één goed liedje en het succes van Hij geloof in mij, die ik zelf maakte, ligt voor een deel ook in het feit dat we allemaal die Hazes liedjes kennen en er allemaal eigen herinneringen aan hebben. Goede songs zijn zo belangrijk en heel moeilijk te vinden. Ik kende Brecht nog niet op de toneelschool totdat iemand Das Lied von der Unzulänglichkeit des menschlichen Strebens inzette. Fantastisch vond ik dat! Dat was de kracht van een goed liedje. Vroeger had je Franse chansons van Piaff, Brell en Gainsbourg. Die hadden liedjes die je nooit vergeet. Ik voel dat ook bij een liedje als Formidable van Stromae. Hij verenigt die lange traditie van de Franse chanson met de nieuwe tijd - met hip hop, high tech - en met Noord-Afrikaanse invloeden. Maar Stromae staat helemaal alleen.

 

Als ik auditie leid, voel ik me altijd een beetje Michael Douglas die de rol speelde als de regisseur Zach in de film Chorus Line.

Als jongen had ik alle singeltjes van Charles Aznavour. Ik hield van de klank van zijn stem en van het soort muziek. Ik was een keer bij optreden van hem en daar zei hij na het zingen van Hier Encore, mijn favoriet, en nog een liedje dat hij het publiek waarschijnlijk niet blij zou maken, maar dat hij tien nieuwe liedjes ging zingen. Nu zijn veel van die liedjes ook wereldberoemd, maar toen stelde hij het publiek een beetje teleur. Het publiek wil direct bevrediging. Bij toneel kun je uitstellen, daar mag je er zomaar veertig minuten over doen om ter zake te komen, maar musical theater is een amusementsvorm waar je gelijk moet scoren. In musicals kun dat opvangen door het publiek in de eerste tien minuten te binden met een dijk van een lied. Dat deed ik bij Hazes.

 

Een paar van de mooiste musicals hebben die liedjes, songs die ook los van het geheel staan als een huis. The West Side Story is een musical waar een paar liedjes inzitten die je bijblijven, zoals I Feel Pretty, Maria en Somewhere. De liedteksten zijn van Stephen Sondheim, mijn grote held. Hij schreef ook Send in the Clowns voor de musical A Little Night Music en de ouverture van Sweeney Todd. Onvergetelijk en geheel op zichzelf staand. In Nederland hebben we Theo Nijland, die bijvoorbeeld de muziek maakte voor de televisieserie Bij Nader Inzien. Hij kan liedjes schrijven die krachtig genoeg zijn om op zichzelf te staan. Het wachten is een goeie opvolger van hem.

 (2016)

bottom of page