'Eind dertiende eeuw was er hier een houten kapelletje en een begraafplaats met een hek. Als je daarbinnen kwam, was je vrij van rechtsvervolging.’

Oudezijds Achterburgwal

Oudezijds Voorburgwal

logo-aaa_edited.png

Zeedijk

Langs het chique Barbizon Hotel wandelend belandt Jacqueline bij het enorme portaal van de opvolger van de oude Sint-Nicolaaskerk, de basiliek van de Heilige Nicolaas.

Terug naar de Oudezijds Voorburgwal, langs een bronzen beeld van Majoor Bosshardt, de vrouw die het Leger des Heils een gezicht gaf.

De Dam, het Damrak en Beursplein zijn uitgestorven op deze zaterdag.

De Waag is de plek waar Rembrandt in Amsterdam in 1632 De anatomische les schilderde. Nu heeft het naast een horeca- ook een hypermoderne technologische functie.

Hier in deze kapel heeft Caló mondgeblazen glas voor de hoge glazen venster geplaatst. Zo voegt hij weer iets toe aan het collectieve geheugen.’

De gedenksteen van Saskia van Uylenburgh, de eerste vrouw van Rembrandt van Rijn

De Indonesische kunstenaar Iswanto Hartono maakte een kopie van een beeld van Coen die ooit op een plein in Jakarta stond, en nog steeds in Hoorn staat, waarbij het hoofd van kaarsvet is gemaakt en die stukje bij beetje is gesmolten

Wandeling met kunsthistorica en directeur Jacqueline Grandjean van de Oude Kerk in Amsterdam

 

‘De kunst van nu is het erfgoed van morgen’

 

Tekst & foto's van Koos de Wilt voor COLLECT

 

De Amsterdamse Wallen zijn in de tweede lockdown nog steeds uitgestorven. Degenen die hier op een zaterdagmorgen nog voorbijlopen begroeten elkaar als dorpsgenoten op hun pleintje. Hier midden in the red light district, tussen verlaten peeskamertjes, kroegen, fastfood- en toeristenwinkeltjes bevindt zich de oudste en misschien wel mooiste kerk van Amsterdam. Jacqueline Grandjean is sinds 2012 directeur van de Oude Kerk waar erfgoed, hedendaagse kunst, muziek en op zondag ook nog steeds kerkgangers samenkomen. Jacqueline: ‘De eerste fundamenten van de kerk zijn gelegd rond 1290, en gewijd in 1306 als de Roomse Sint Nicolaaskerk, aanvankelijk gebouwd in de vorm van basiliek, daarna als hallenkerk. In 1566 is de kerk zwaargehavend de Beeldenstorm doorgekomen. De sporen daarvan vind je nog steeds op plekken waar de beelden zijn verwoest en geroofd. Eind dertiende eeuw was er hier een houten kapelletje en een begraafplaats met een hek. Als je daarbinnen kwam, was je vrij van rechtsvervolging. Het was daarmee een van de eerste vrijplaatsen van Amsterdam.’  

 

Eind dertiende eeuw was er hier een houten kapelletje en een begraafplaats met een hek. Als je daarbinnen kwam, was je vrij van rechtsvervolging. 

‘Het mooie van deze buurt is dat het heel contrastrijk is, waar traditie en vernieuwing samenkomen’, zegt de kunsthistorica als ze langs haar kerk de koude Oude Zijdsvoorburgwal opwandelt langs Museum Ons’ Lieve Heer op Solder. Hier verhuurde in de zeventiende eeuw een protestante koopman de bovenverdieping als katholieke schuilkerk, ook gewijd aan Sint-Nicolaas. Jacqueline voelt zich goed thuis op deze plek. Voordat ze bij de Oude Kerk ging werken was ze curator in het Amsterdam Museum en daarna bij Huize Frankendael in Amsterdam-Oost. Ze was dus bekend met het Amsterdamse culturele erfgoed en hoe hiermee tentoonstellingen te maken, ook hedendaagse.

 

Op de Zeedijk aangekomen vertelt Jacqueline dat het hier in de zeventiende eeuw een respectabele buurt was voor kooplieden en hoe het in de achttiende eeuw het uitgaansgebied werd voor zeelieden. Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw werd de straat het beruchte centrum van drugshandel. Nu is het een gezellige straat van winkels, restaurants en cafés. Jacqueline: ‘Hier komen wonen, werken, cultuur, toerisme en uitgaan allemaal samen en dat is het mooie van deze buurt. Oude kroegen en hotelletjes als het Aapje zitten naast hippe designers streetwear van Patta en TNO.’

Fastfood- en toeristenwinkeltjes bevindt zich de oudste en misschien wel mooiste kerk van Amsterdam.Jacqueline Grandjean is sinds 2012 directeur van de Oude Kerk waarerfgoed, hedendaagse kunst, muziek en op zondag ook nog steeds kerkgangers samenkomen.

 

Langs het chique Barbizon Hotel wandelend belandt Jacqueline bij het enorme portaal van de opvolger van de oude Sint-Nicolaaskerk, de basiliek van de Heilige Nicolaas. Deze kerk moest eind negentiende eeuw de blikvanger worden van mensen die het nieuwe Centraal Station uitkwamen in een stad waar het Rooms Katholieke geloof weer ten volle mocht worden beleden. Jacqueline: ‘Waar de Oude Kerk tegenwoordig zo’n vijftig protestante kerkgangers heeft, herbergt de basiliek tegenwoordig vele geloofsgemeenschappen waaronder de enige katholieke Spaanstalige gemeenschap van Amsterdam.’

Traditie en vernieuwing

Jacqueline neemt de Geldersekade, loopt langs het Amsterdamse China Town richting de Nieuwmarkt waar de Waag staat, de plek waar Rembrandt in Amsterdam in 1632 zijn De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp schilderde. Nu heeft het naast een horeca- ook een hypermoderne technologische functie. Jacqueline: ‘Directeur Marleen Stikker stond begin jaren negentig aan de wieg van het internet. Met haar werken we regelmatig samen, onder andere met de zogenaamde culturele terrassen; een gesammtproject met buurtbewoners. Maar Waag is vooral uitgegroeid tot een leidend Europees onderzoeksinstituut voor technologie en maatschappij.’

 

Door de oude, nauwe steegjes heen belandt Jacqueline op De Oudezijds Achterburgwal, het hartje van de roze buurt met Casa Rosso en daaromheen alleen maar verlaten ramen.

Door de oude, nauwe steegjes heen belandt Jacqueline op De Oudezijds Achterburgwal, het hartje van de roze buurt met Casa Rosso en daaromheen alleen maar verlaten ramen waar normaal gesproken rood licht brandt en waar je ’s nachts over de mensenhoofden heen kunt wandelen. Jacqueline vertelt over hoe juist in dit tijdsgewricht van Me Too, Black Lives Matter, vraagstukken over het slavernijverleden en gendervraagstukken de kunst een belangrijke rol kan spelen. ‘Juist in de hedendaagse kunstscene die een beetje los is komen te staan van de beleveniswereld van de maatschappij, is deze buurt een pars pro toto voor onze missie: om met kunst en erfgoed met mensen in gesprek te zijn over onze langzaam veranderende cultuur. De kunstenaars met wie wij samenwerken, vragen we steeds te beginnen bij de genius loci; de geest van de plek. Iedere kunstenaar spreken we daarom eerst in de kerk, ook al komt hij of zij uit Brazilië of Argentinië. Elke kunstenaar ervaart iets anders in de kerk. De stilte, de beelden en het ontbreken ervan of de grafzerken, de luisterrijke buurt en het orgel. Het duurt soms jaren voordat het werk uiteindelijk te zien of horen is in de kerk. Slow curating noemen we dat, waarbij we ook lokale mensen betrekken in het maakproces.’

 

Heilig Grafkapel

Zoals er normaal gesproken elke avond en nacht weer enorm veel wordt achtergelaten op de Wallen wordt elke ochtend alles weer schoongeveegd door de gemeentereiniging. ‘Hedendaagse kunst komt ook en gaat weer, de visie is: hedendaagse kunst is het erfgoed van morgen.’ Jacqueline: ‘Ieder project in onze kerk telt op bij het collectieve geheugen, zoals jaarringen van een boom. Alles wat je tijdens onze activeiten ziet, is reversibel: een rood verlichte kerk, een daktuin op de kerk, zandzakken in de kerk; verandering als vaste constante. Uiteindelijk is niets permanent. De Beeldenstorm van 1566 is daar een historisch voorbeeld van en in het licht van actuele gesprekken over representatie kun je je afvragen of die ooit is afgesloten. Het rode venster in de heilig Grafkapel van Giorgio Andreotta Caló voegt een Roomse referentie aan toe aan dat collectieve geheugen. In deze kapel is alleen nog een Byzantijns gebeeldhouwd baldakijn te zien. Voor de Beeldenstorm bevond zich onder deze troonhemel een beeldengroep met de graflegging en bewening van Christus. Die is weg. Hier in deze kapel heeft Caló een nieuw, mondgeblazen en roodgekleurd glas-in-lood venster geplaatst. Het perspectief verandert tijdelijk, in dit geval tien jaar. Wie weet hoe lang dit raam in het collectieve geheugen blijft.’

‘De Indonesische kunstenaar Iswanto Hartono maakte een kopie van een beeld van Jan Pieterszoon Coen van een plein in Jakarta waarbij het hoofd van kaarsvet is gemaakt en die stukje bij beetje is gesmolten.'    

De Dam, het Damrak en Beursplein zijn uitgestorven op deze zaterdag. Jacqueline loopt rechtsaf om de Bijenkorf de Warmoesstraat in. Heel vroeger, in de zeventiende eeuw waren hier op de Warmoesstraat moestuinen. Hier verkochten de zogenaamde Warmoezeniers, kwekers die in de stad of aan de rafelranden van de stad hun producten verbouwden, op de groentemarkt hun producten. De straat is naast het politiebureau ook beroemd van het Mirakel van Amsterdam dat in 1345 moet hebben plaatsgevonden en waar eeuwenlang gelovigen op af zijn gekomen, tot op de dag van vandaag. ‘Alles komt hier samen’, zegt Jacqueline wijzend naar kunstinstelling W139 en daarnaast ‘s werelds eerste condoomspeciaalzaak, de Condomerie. Naast de eindeloze gesloten toeristenbars stopt Jacqueline even verderop bij een bloemenwinkel. ‘Wij hebben altijd bloemen van Jemi in de kerk staan, het is een van de weinige winkels die er niet is voor de toeristen. Een winkel die we hier in de buurt koesteren.’

 

Door een van de enge steegjes, die nu in deze coronatijd open zijn, wandelt de kerkdirecteur terug naar de Oude Zijds Voorburgwal, langs een bronzen beeld van Majoor Bosshardt, de vrouw die het Leger des Heils een gezicht gaf. Jacqueline: ‘We zien vaak alleen maar het seks- en drugsverhaal op de gracht. Maar dit is ook de plek waar veel opvangplekken zijn voor daklozen en waar van het Leger des Heils het werkterrein heeft. Meer dan waar ook in de stad is dit een plek van barmhartigheid.

 

Muziek in de kerk

Via een zijingang wandelt Jacqueline haar lege kerk in. Binnen heerst, zoals altijd, serene rust en stilte. De vloer is bezaaid met eeuwenoude grafzerken van zogenaamde “rijke stinkerds” en beroemde Amsterdammers als Jacob van Heemskerk en Jan Pieterszoon Sweelinck. In het begin zeventiende eeuw was Sweelinck hier componist en organist, zo vertelt Jacqueline als ze zijn grafzerk laat zien. ‘De organist Jacob Lekkerkerker nam Sweelincks taak als organist over in de eenentwintigste eeuw. Tegenwoordig is Jacob ook curator muziek van de Oude Kerk met het hele jaar door programmering. Vorig jaar bijvoorbeeld organiseerde Jacob, die ook kunsthistoricus is, rondom het gerestaureerde achttiende-eeuwse Vater-Müllerorgel een concert met grote namen als Philip Glass en Nicolás Jaar.’

 

Binnen heerst, zoals altijd, serene rust en stilte. De vloer is bezaaid met eeuwenoude grafzerken van zogenaamde “rijke stinkerds” en beroemde Amsterdammers als Jacob van Heemskerk en Jan Pieterszoon Sweelinck. 

 

Midden in de kerk is werk te zien van kunstenaars die zich de vraag hebben gesteld hoe de wereld er na de coronatijd uit zal komen te zien en daar video’s over hebben gemaakt. Ook een vijftigtal kunstenaars uit de buurt hebben hun licht laten schijnen zoals te zien is in de Sebastiaankapel. ‘De meeste kunst die hier te zien is verdwijnt weer, sommige dingen blijven’, zegt Jacqueline. Aan de andere kant van de kerk, in een van de zijkappelen, laat ze in een bijna onthoofd standbeeld van Jan Pieterszoon Coen zien. ‘De Indonesische kunstenaar Iswanto Hartono maakte een kopie van een beeld van Coen die ooit op een plein in Jakarta stond, en nog steeds in Hoorn staat, waarbij het hoofd van kaarsvet is gemaakt en die stukje bij beetje is gesmolten. Als wij met het koloniale verleden willen vergeten, dan moeten we het eerst herinneren, zo zegt Iswanto. En herinneren doen wij door een kaarsje op te steken.’

 

Jacqueline wandelt naar de andere kant van de kerk langs een steen waarop de naam staat van Saskia, de eerste vrouw van Rembrandt. ‘Op 9 maart schijnt de eerste zonnestraal op haar graf. De laatste keer kwamen er tweehonderd mensen op af en als we het zouden vrijgeven dan zou dat zomaar het dubbele zijn geweest. Her-denken leeft.’ Het licht op Saskia’s grafzerk spreekt Jacqueline aan: ‘Wat ik het allermooist vind is het licht in de kerk. De tijd van de dag en de tijd van het jaar geeft elke keer weer een andere lichtinval. De kosmos komt hier ongefilterd binnen.’

 

'Wat ik het allermooist vind is het licht in de kerk. De tijd van de dag en de tijd van het jaar geeft elke keer weer een andere lichtinval. De kosmos komt hier ongefilterd binnen.’ 

Jezus’ huidskleur

Voorlopig is Jacqueline nog niet klaar met deze “leukste baan die er bestaat”. ‘Binnenkort is hier het werk te zien van de Braziliaanse kunstenaar Antônio Obá. Een tentoonstelling met zijn kunst werd verboden onder het regime van Bolsanaro. Hij vroeg zich in zijn performancekunst af of Christus geen zwarte man geweest kon zijn. Hij gaat onder meer een nieuw altaarstuk maken voor de kerk. En we werken nu ruim twee jaar met kunstenaar Aimée Zito Lema. Haar domein is het sociale conflict. Zij verwerkt in haar totaalinstallatie ook een gedicht over de discussies die zijn ontstaan rondom het rode venster in de heilig Grafkapel. De Schotse kunstenaar Susan Philipsz werkt met geluid en met haar eigen stem. Susan is bezig met de feminiene kant van erfgoed. Wij hebben Susan gevoed met onder andere het verhaal van Weyn Ockers. Deze notarisdochter werd in na de Beeldenstorm van 1566 gemarteld en ter dood veroordeeld omdat zij tijdens de bestorming van de Oude Kerk haar pantoffel naar een Mariabeeldje zou hebben gegooid. Samen met haar dienstmaagd is ze op de Dam verdronken in een met water gevuld wijnvat.’ En dan, hardop lachend: ‘Ik kan mij op sommige momenten totaal met haar identificeren.’

  • Facebook - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle