top of page

‘Van hoofdredacteur was ik iemand die zich oriënteert op de toekomst’
Het avontuurlijke carrièreswitches van Jeroen Smit

Velen dromen ervan, maar er zijn er maar weinig die het ook echt durven: een streep trekken onder een niet onverdienstelijke carrière en het roer compleet om te gooien. Pieter Winsemius, Jeroen Smit en Simone Brummelhuis deden het. Een paar keer zelfs. En het lukte ze ook nog eens. Waarom braken ze en wat is het geheim van een succesvolle carrièreswitch? Hieronder het verhaal van Jeroen Smit (1963). 

Koos de Wilt voor FD Persoonlijk

AAN HET EINDE VAN MIJN GRONINGSE STUDIE BEDRIJFSKUNDE heb ik stage gelopen op het hoofdkantoor van het toenmalige Bührmann-Tetterode. Er was geen werkplek voor me geregeld, en ik werd daarom geparkeerd op de kamer van de net vertrokken financieel directeur. Een grote kamer, zithoek, vergadertafel en een groot bureau. Ik ging achter dat bureau zitten in een grote leren stoel en belde vrolijk mijn moeder op. Even later, op de gang, fluisterde een boze secretaresse dat dit natuurlijk niet de bedoeling was. Ik moest aan de vergadertafel gaan zitten. Dus schoof ik die fijne leren stoel naar de vergadertafel. Na de lunch had iemand mijn stoel weggehaald en had er een krukje voor in de plaats gezet. Ik geloof dat er toen iets brak: wat een poppenkast op zo’n hoofdkantoor.

 

BIJ DE HEINEKENS EN SHELLS WILDE IK NIET GAAN WERKEN. Vanaf de zijlijn ernaar kijken vond ik toen al wel leuk. Ik werd strategie-consultant bij een bedrijf dat heel veel geld verdiende in de wereld van computers en databases. Ik mocht een leaseauto uitzoeken en verdiende vierduizend gulden per maand. Heel veel geld toen. Ik werd voor 1500 gulden per dag weggezet declareerde in de goede maanden zo’n dertigduizend gulden. Maar ik had bij benadering niet het gevoel dat ik daarvoor iets waardevols had geleverd. Ik leerde al snel dat consultants vaak worden ingehuurd om een kunstje te doen, to cover someone’s ass, maar toch. Opnieuw was er weer die verwondering en verwarring. Ik hield het drie jaar vol en werd ongelukkig. Ik heb mezelf toen indringend de vraag gesteld, wat wil je echt. Een oude liefde dreef naar boven: schrijven. Gecombineerd met de aanhoudende nieuwsgierigheid naar het bedrijfsleven besloot ik de journalistiek in te gaan. Ik heb gesolliciteerd bij het FD en werd vrijwel meteen aangenomen. Ze waren blij met een Bedrijfskundige, die kozen niet snel voor de relatief slecht verdienende journalistiek. Het was 1 januari 1990 en vanaf dat moment was ik thuis! Vrijwel nergens is de relatie tussen prestatie en beloning zo concreet. Je werkt hard aan een stuk, de volgende dag staat het in de krant. Van de opwinding werd ik in het begin al wakker voordat de krant op de mat plofte. Heerlijk.

NA VIER JAAR WERD IK BENADERD DOOR DE NIEUWE HOOFDREDACTEUR VAN HET AD, Peter van Dijk. Hij wilde van het AD een kwaliteitskrant maken. Of ik de economieredactie wilde leiden, die moest een centrale plek in die ambitie krijgen. Bij FD had ik geleerd dat als je wat opschreef dat het dan ook helemaal moest kloppen. Bij het AD leerde ik dat die 450.000 lezers er ook wel zin in moesten hebben het stuk te lezen. Vanaf dat moment probeer ik steeds een optimum vinden tussen die twee.

NA WEER VIER JAAR BEN IK GEVRAAGD OM HOOFDREDACTEUR VAN FEM TE WORDEN. FEM moest een weekblad worden, een Nederlandse Business Week. Het was 1998 en de markt was booming, dus why not? Dat ging prima. Maar na drie jaar spatte de dotcom bubble, liep de advertentiemarkt snel terug en voelde de nieuwe directeur zich om begrijpelijke redenen niet gebonden aan de afspraak over een lange huwelijksreis die ik had gemaakt met zijn voorganger. Toen hadden we “een situatie”. Ik besloot, na overleg met mijn gelukkig op dit soort onderwerpen zeer ferme aanstaande, eruit te stappen om die reis te doen. Dat was nogal wat, want ik had een goed salaris en behoorlijk pensioenvoorziening. Maar ja, het heeft iets armoedigs om je daardoor te laten leiden.

 

Van hoofdredacteur van een serieus blad was ik ineens ‘Jeroen Smit, iemand die zich oriënteert op zijn toekomst’. Mensen keken, zo voelde ik dat, gelijk over je schouder naar een andere gesprekspartner. Ik werd teruggeworpen op ‘wie’ ik was en niet ‘wat’ ik was.

Ik bedacht me al snel dat ik uit het snelle nieuws wilde, nu eens iets tot op de bodem uitzoeken. Dan denk je gelijk aan het woord ‘boek’. Toen ik terug was werd ik door het KRO-programma Reporter gevraagd of ik tegen stagevergoeding mee wilde doen aan een documentaire over het drama bij Ahold. Geweldig. Na een spannend off-the-record interview liep ik over het parkeerterrein van het Ahold hoofdkantoor en sloeg het in als een bliksemschicht: Smit, dít is dat boek! Ik was totaal geabsorbeerd door dit verhaal en droomde zelfs over mijn hoofdrolspelers. Het ijzer was gloeiend heet en het werd een hit. Inmiddels zijn er zo’n 80 duizend over de toonbank gegaan en het verkoopt nog steeds. Ik dacht: nu moet ik weer op zoek naar een baan, maar er ging opeens een wereld open waaraan ik nooit had gedacht: lezingen, dagvoorzitterschappen, radio- en televisieprogramma’s. Vooral die lezingen zijn geweldig: het verveelt nooit om over je eigen werk te vertellen. Applaus vooraf en achteraf , een bos bloemen en je kan ook nog een rekening sturen.

 

DOOR AHOLD KWAM IK IN CONTACT MET ABN AMRO EN RIJKMAN GROENINK. Een interessant man. In vele opzichten. Na zijn jachtongeluk kon hij zijn rechterarm nauwelijks meer gebruiken en besloot hij met links te gaan tennissen. Ik weet niet wat ik zou doen, waarschijnlijk zou ik zeggen: ik ga wel schaken. Toen hij in april 2007 aankondigde dat ABNAmro aan Barclays zou worden verkocht, wist ik: dit is mijn volgende reconstructie.

 

Ik vind het fascinerend om met te verdiepen in succesvolle mensen. Te onderzoeken hoe en wanneer dat succes worden ondergraven. Hoe ze op een gegeven moment in hun eigen waarheid gaan geloven en nauwelijks meer kunnen luisteren naar de mensen om hen heen en het vervolgens mis gaat. Te onderzoeken waarom er geen checkes and balances zijn. Hoe moeilijk het is deze te organiseren als het goed gaat. Dit is nog steeds niet goed georganiseerd, Raden van Commissarissen blijven op afstand. Die moeten in mijn ogen er veel meer bovenop zitten, werkgeverschap tonen en opstijgende leiders op tijd met beide benen naar de grond trekken.

 

Ik heb het ongelofelijke geluk gehad dat twee weken voordat dat De Prooi uitkwam Lehman Brothers omviel en iedereen ineens zei: ‘verrek, het zijn de bankiers die er een zooitje van hebben gemaakt.’ Toen ik het boek schreef waren bankiers nog niet echt verdacht. De reconstructie gaat over bankiers die dachten dat ze de wereld regeerden, dat ze een bedrijf moesten leiden dat vooral op de beurs moest scoren. Dat klopt natuurlijk niet. Een systeembank kan niet failliet gaan, moet met belastinggeld worden gered als dat dreigt te gebeuren. Er zijn inmiddels meer dan 250 duizend boeken verkocht. Op dit moment wordt gewerkt aan een verfilming. Pierre Bokman speelt Rijkman Groenink. Ik ben zeer benieuwd.

 

Tot mijn grote verrassing werd ik in het voorjaar van 2011 gevraagd of ik in deeltijd hoogleraar Journalistieke vaardigheden wilde worden. In Groningen, de stad waar ik had gestudeerd nog wel. Een enorme eer voor iemand uit een onderwijsgezin.

Ik ben nu bezig met de toekomst van de journalistiek, wil weten wat we onze studenten moeten leren om straks hun brood te kunnen verdienen in dit prachtige vak. Ik heb er een halve bibliotheek over gelezen, veel mensen gesproken en mijn conclusie is: we hebben eigenlijk nog geen idee! Ik ben ervan overtuigd dat we over tien jaar geen papieren kranten meer hebben. En ik geloof dat we er alles aan moeten doen om goede journalstiek/redacties overeind te houden. Mensen snakken naar duiding en houvast in deze complexe wereld. In de wereld van de journalistieke media woedt een ontwrichtende vernieuwing. Dat gaat pijn doen. Maar ik geloof ook dat we er nog meer, nog betere journalistiek voor terug krijgen.

[2013]

Was: consultant

Werd: onderzoeksjournalist

Daarna: schrijver

Is nu: hoogleraar

bottom of page