Ondernemer Ruud Hendriks, gesjeesd en toch geslaagd
‘Ik zou wel ergens echt bij willen horen’

Schermafbeelding 2019-06-03 om 09.50.34.

Ruud Hendriks, media-ondernemer

‘Ik zou wel ergens echt bij willen horen’

 

Aan het einde van de brugklas werd mijn ouders geadviseerd om mij maar niet naar het Atheneum te laten gaan. Dat was misschien net iets te hard werken voor mij. HAVO was al heel wat in de buurt waar ik vandaan kwam. Toen ik klaar was met school en allerlei piratenzendertjes had gedaan, zei ik tegen mijn vader dat ik nu een jaartje vakantie wilde. ‘En wie gaat dat dan betalen?’, vroeg hij toen. ‘Je gaat naar school of je gaat er zelf maar voor werken.’ Ik wilde heel graag bij de radio en de enige school die een radiostudio had was de School voor Journalistiek. In die jaren was het daar een alternatief vrijgevochten zooitje waar mensen halverwege het lesuur binnenkwamen. We hadden een lerares, Lieneke van Schaardenburg, die radioles gaf en ik weet nog dat ik haar de eerste les moest leren wat een RF post was, de manier om je reportage in Hilversum te krijgen, de basis. We leerden er hoe de wereldpolitiek en de economie in elkaar staken, maar simpelweg de techniek van een verhaal te maken - wie, wat, waar, waarom - dat leerden we er niet. Na drie maanden had ik het helemaal gehad en kreeg ik de kans om bij Radio Caroline stage te gaan lopen. Maar dat kon dan weer niet, omdat het een piratenzender zou zijn. Er is toen een commissie opgericht en daar kreeg ik na een maand of zeven van te horen dat dat echt niet kon. Maar ik was daar al maanden aan het werk. Ik kreeg van school nog één laatste kans om terug te komen en mijn vader zei toen: ‘Doe dat nou maar jongen, dan heb je een diploma’. Ik ging één dag terug en vond het zo verschrikkelijk, zo’n puinhoop, dat ik na twee dagen weer terug was op zee om mijn plaatjes te draaien en het nieuws voor te lezen. Einde studie.

 

Een jaar later ben ik aan land gaan solliciteren bij Radio Stad Amsterdam. Daar kwam ik bij de laatste drie en werden referenties nagetrokken en gaf dezelfde docente het advies om mij maar niet aan te nemen. Ik had mijn opleiding niet afgemaakt en dat zou nooit wat worden. Gelukkig kwam ik binnen een paar maanden toch aan de bak bij Radio Veronica en daar was ik binnen een jaar hoofd informatieve programma’s radio en eindredacteur van Veronica Nieuwsradio. Eenentwintig was ik. Ik weet nog dat ik toen zo’n standaard brief kreeg van de School van Journalistiek van dezelfde docente of wij plek hadden om stagiaires te plaatsen. Toen heb ik aan Rob Out gevraagd of ik zijn grote kamer mocht lenen en heb haar daar ontvangen. Ik heb haar toen eerst tien minuten laten wachten, haar op laten halen door een secretaresse en ben toen achter mijn bureau blijven zitten tijdens het gesprek. Heel kinderachtig eigenlijk. Ik heb haar toen gevraagd om iedereen waar zij een hekel aan had, of die te commercieel was, maar naar mij te sturen. Iedereen wilde in die tijd toch bij de Volkskrant en Vrij Nederland werken; Veronica was het laagste van het laagste. En het grappige was dat de studenten die zij stuurde allemaal gevierde radiomakers en belangrijke mensen in de media zijn geworden. Daar heb ik haar nog voor bedankt.

 

Misschien pak ik het ooit nog eens op, maar ik had graag sociale geografie willen studeren. Maar dat kon niet met alleen HAVO. Ik vind het wel jammer dat ik het analytische, academische denken en werken niet heb geleerd. Ik heb het gedaan met mentoren. Jaap van Meekeren was een belangrijke mentor voor mij. Maar ook Jack Welch bij NBC en Joop van den Ende. Net als Joop had ik dezelfde motivatie om mij uit mijn eenvoudige arbeidersmilieu te knokken. Geld verdienen en nooit in de afhankelijke positie komen als mijn vader in had gezeten zijn hele leven. Dat is de drive bij veel ondernemers merk ik bij Startupbootcamp. Die mensen pik je er zo uit en gaan harder dan de rest. Die gaan tot het oneindige. Om ondernemers hangt een zekere romantiek en mystiek die veel managers aanspreekt. Maar veel managers zouden absoluut niet kunnen ondernemen. Om het risico te durven nemen van Sport 7, sommige musicals en Big Brother, daar heb je een ondernemer voor nodig. Joop van den Ende en John de Mol zijn echte ondernemers. Mensen die met niets begonnen zijn, zonder veel opleiding, en bij elke kans kijken hoe ze ‘m kunnen pakken. Ondernemers die van niets iets kunnen maken. Godzijdank zijn er ook mensen die een multinational kunnen managen. Bovendien: achter alle goede ondernemer staat een goede manager, iemand die ervoor doorgeleerd heeft. Een goeie ondernemer is immers optimistischer dan gezond voor hem is.

 

Ik ben een generalist en nergens echt goed in. Ik ben journalist, kan interviewen, maar ben geen Jeroen Pauw. Ik heb wel een goed stel hersens, weet wel wat van ondernemen, weet veel van marketing en van media, heb een goed netwerk en ik kan een balans lezen. Maar ik hoor er nooit echt bij. Als ik in het Concertgebouw rondloop, dan kijken mensen me aan omdat ik anders ben en als ik dan op een house- en technofeest een plaatje draai, hoor ik er ook niet helemaal bij. Soms denk ik wel eens: ik zou wel ergens echt bij willen horen. Gelukkig gaat het steeds beter. Aan de ander kant: het is ook mijn voordeel. Ik behoor niet tot het old boys network en ben van niemand afhankelijk dus spreek niemand naar de mond. Ik blijf altijd een beetje een jongen uit de Kinkerstraat.